Programma 3 Ruimte, Wonen en Economie

Middeleninzet programma 3

Exploitatie

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2012

(incl. 1e verzamelwijziging)

Bijstelling VJN

Bijstelling NJN

Bijgestelde Begroting 2012

Lasten

95.624

21.695

-1.164

116.155

Baten

12.998

-9.625

22.956

26.329

Resultaat voor bestemming

-82.626

-31.319

24.119

-89.826

Bijdrage uit reserve

10.971

25.085

-2.808

33.247

Storting in reserve

1.937

9.650

12.414

24.001

Resultaat na bestemming

-73.593

-15.885

8.897

-80.580

 

Incidentele lasten en baten

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2012

(incl. 1e verzamelwijziging)

Bijstelling VJN

Bijstelling NJN

Bijgestelde Begroting 2012

Incidentele Lasten

40.499

20.384

-1.164

59.719

Incidentele Baten

12.100

-9.625

22.956

25.431

Resultaat voor bestemming

-28.399

-30.009

24.119

-34.289

Bijdrage uit reserve

10.971

25.085

-2.808

33.247

Storting in reserve

1.937

9.650

12.414

24.001

Resultaat na bestemming

-19.366

-14.574

8.897

-25.043

Zie voor een toelichting op de bijstellingen het onderdeel Wat mag dat kosten voor het doel?

 

Doel 3.1 Een deskundig geordende ruimte met kwaliteit

Wat willen we bereiken?

In de Provinciale Structuurvisie presenteert de provincie de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Zuid-

Holland. De structuurvisie is een integrale ruimtelijke visie tot 2020, met een doorkijk naar 2040.

De provincie noemt in de structuurvisie vijf integrale en ruimtelijk relevante hoofdopgaven. Op basis van deze opgaven zijn veertien provinciale belangen benoemd. De provincie geeft voorrang aan ontwikkelingen die een bijdrage leveren aan deze belangen. De komende collegeperiode ligt bestuurlijk de nadruk op de provinciale belangen binnen de volgende opgaven:

  • aantrekkelijk en concurrerend internationaal profiel;
  • divers en samenhangend stedelijk netwerk;
  • duurzame en klimaatbestendige deltaprovincie;
  • vitaal, divers en aantrekkelijk landschap;
  • stad en land verbonden.

 

effectindicatoren

 

Omschrijving

 

2012

2013

2014

2015

3.1.a

Positie als Europese stedelijke regio (cijfer uit de Randstadmonitor).

Streefwaarde

11

10

10

9

Is

       

3.1.b

Ontwikkeling van een divers en samenhangend stedelijk netwerk.

Streefwaarde

>0

>0

>0

>0

Is

       

3.1.c

Ontwikkeling van een vitaal, divers en waardevol landschap.

Streefwaarde

>0

>0

>0

>0

Is

       

Toelichting afwijking

Geen afwijking.

 

Wat mag dat kosten voor het doel?

Exploitatie

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2012

(incl. 1e verzamelwijziging)

Bijstelling VJN

Bijstelling NJN

Bijgestelde

Begroting 2012

Lasten

11.625

898

-885

11.638

Baten

0

100

8

108

Resultaat voor bestemming

-11.625

-798

893

-11.530

Sanering glastuinbouw

0

2.000

0

2.000

Storting in reserve

0

2.000

0

2.000

Resultaat na bestemming

-11.625

-2.798

893

-13.530

 

Toelichting bijstelling

Financiële mutaties

Toelichting / onderbouwing op mutatie

Lasten

 

- 0,54 mln

Faciliteren, uitwisselen en afstemmen tussen ruimtelijke plannen van gemeenten, regio's, Rijk en provincies.

De kosten voor het opstellen van inpassingplannen zijn lager dan voorzien. Het merendeel van de plannen die nu opgesteld worden, zijn rechtstreeks uit de desbetreffende projectmiddelen betaald. Het project Merwedezone wordt in september overgedragen aan de regio. Hierdoor wordt een lager bedrag dan verwacht ten laste van de provincie gebracht. Daarnaast is de jaarlijkse provinciale bijdrage aan de Rijn Schelde Delta (RSD) gestopt. In plaats daarvan wordt een lagere bijdrage betaald aan de Vlaams Nederlandse Samenwerking. Wel wordt er van de provincie verwacht dat zij bijdragen in incidentele projecten. Voorts heeft de bestuurlijke situatie rond de Zuidvleugel ertoe geleid dat er minder inzet op dit dossier nodig is gebleken dan eerder is verondersteld. Als gevolg van bovenstaande wordt het budget naar beneden bijgesteld ten gunste van de financiële ruimte.

- 0,4 mln

Ontwikkelen en uitvoeren van een ruimtelijke visie en strategie.

Dit jaar is de Provinciale Structuur Visie (PSV), inclusief uitvoeringsstrategie, geactualiseerd. De werkzaamheden zijn door eigen mensen uitgevoerd. Hierbij is het doen van onderzoek, uitvoeren van een milieu effect rapportage en het inhuren van personeel, niet aan de orde geweest. De PSV is nu een digitaal benaderbaar product. Deze hoeft niet meer gedrukt te worden. Dit zorgt incidenteel voor lagere kosten. In 2013 is een meer structurele integrale herziening voorzien en zal het budget waarschijnlijk wel volledig benut worden.

+ 0,22 mln

Kostenverdeling

Dit betreft een administratieve wijziging. Voor nadere toelichtingwordt verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering in deze Najaarsnota.

- 0,16 mln

De rentetoevoeging op de overlopende passiva (OVPs) stadvernieuwing, ISV en ISV2 is met de implementatie van de herziene beleidsnota reserves en voorzieningen 2011 (ingangsdatum 01-01-2012) niet meer verplicht. De vrijval komt ten bate van de financiële ruimte.

- 0,04 mln

Bewaken van het provinciaal belang

Bij de uitvoering van de digitale aspecten van de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro),raken de wettelijke standaarden steeds meer ingeburgerd bij de gemeenten. De aanpak professionaliseert.Ketenpartners organiseren zich in (in)formele netwerkorganisaties, waar informatie over nieuwe ontwikkelingen wordt gedeeld. Dit heeft alsgevolgdatminder provinciale middelen nodig zijn voorcommunicatie, voorlichtingsmateriaal en -bijeenkomsten. Het budget wordt neerwaarts bijgesteld ten gunste van de financiële ruimte.

+ 0,03 mln

Ruimtelijke kwaliteit

Vanuit Cultuur is het belangrijk dat de gebiedsprofielen inspirerend verbeelden hoe ruimtelijke kwaliteit met cultuurhistorie samenhangt. Zodoende wordt vanuit Doel 4.5 (Een beschermd, bekend en beleefbaar cultureel erfgoed) een bijdrage geleverd van € 0,03 mln voor het verbeelden van 3 casussen. Hierin is cultuurhistorie herkenbaar meegenomen als bouwsteen voor nieuwe ontwikkeling. (zie ook toelichting bij doel 4.5).

Dekking uit OVP

 

- 0,16 mln

De lasten van dit doel worden (deels) gedekt uit zogenaamde overlopende passiva (OVP). Dit zijn voor dit doel op de balans gereserveerde middelen van derden met een specifiek bestedingsdoel. Als gevolg van wijzigingen in de lasten (zie bovenstaande toelichting bij de lasten), worden de begrote stortingen in en/of onttrekkingen uit de OVP's bijgesteld.

 

Doel 3.2 Vraag naar en aanbod van woningen in balans

Wat willen we bereiken?

Het doel is om voldoende woningen voor elke doelgroep in het juiste woonmilieu te hebben. Het overgrote deel van de nieuwe woningen wordt in de bestaande steden en dorpen gebouwd, onder meer binnen de invloedgebieden van Stedenbaanstations. Daarmee wordt de vitaliteit en de samenhang van het stedelijk netwerk versterkt en ontstaat een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat. Waar de bevolkingsomvang stagneert of daalt, is aandacht voor de bereikbaarheid van voorzieningen zodat de dorpen leefbaar blijven. Bij de planning van woningbouw wordt (steeds) meer aandacht besteed aan de afstemming van vraag en aanbod in kwalitatieve zin (woonmilieus). Om recht te doen aan de regionale verschillen worden afspraken gemaakt met de regios. De provincie stemt bovenregionaal af en prioriteert vraag en aanbod, zowel kwalitatief als kwantitatief (woningbouwprogrammering). Voor de Zuidvleugel geldt dat het Rijk wordt geïnformeerd over de programmering. Voor de sociale doelgroep geldt dat met regios afspraken worden gemaakt, waarbij het percentage sociale woningbouw in de voorraad het uitgangspunt is.

 

effectindicatoren

 

Omschrijving

 

2012

2013

2014

2015

3.2.a

Jaarlijkse woningproductie (ontwikkeling voorraad):

         
 

· netto toevoeging;

Streefwaarde

8.000

10.000

10.000

10.000

Is

       

· vervanging.

Streefwaarde

2.000

2.000

4.000

4.000

Is

       

3.2.b

Aantal gerealiseerde/ getransfor-meerde woningen dat heeft bijgedragen aan een verbetering van de woonmilieubalans:

         

· centrumstedelijk;

Streefwaarde

2.800

2.800

2.800

2.800

Is

       

· landelijk.

Streefwaarde

1.600

1.600

1.600

1.600

Is

       

3.2.c

Netto percentage toegevoegde woningen bij StedenbaanPlus.

Streefwaarde

60%

60%

60%

60%

Is

       

3.2.d

Aantal gemeenten waarbij de achterstand bij huisvesting van verblijfsgerechtigden korter is dan een halfjaar.

Streefwaarde

25

30

40

48

Is

       

Toelichting afwijking

Geen afwijking.

 

Wat mag dat kosten voor het doel?

Exploitatie

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2012

(incl. 1e verzamelwijziging)

Bijstelling VJN

Bijstelling NJN

Bijgestelde Begroting 2012

Lasten

17.135

103

-20

17.217

Baten

9

200

0

209

Resultaat voor bestemming

-17.126

97

20

-17.008

Collectief particulier opdrachtgever

24

300

0

324

Bijdrage uit reserve

24

300

0

324

Resultaat na bestemming

-17.101

397

20

-16.684

 

Toelichting bijstelling

Financiële mutaties

Toelichting / onderbouwing op mutatie

Lasten

 

- 0,12 mln

Kaders stellen en de provincie vertegenwoordigen t.b.v. wonen en verstedelijking.

Binnen deze taak zijn minder activiteiten ontplooid die tot uitgaven leiden dan verwacht. Vanuit de regio's is bijvoorbeeld minder dan verwacht een beroep gedaan op budget voor onderzoek t.b.v. regionale woonvisies. De Monitorverstedelijking wordt digitaal uitgebracht. Alleen de bestuurlijke samenvattingmet de belangrijkste ontwikkelingen en aandachtspuntenwordtgedrukt. De externe ontwikkeling van de webversie is komen te vervallen en doet de provincie in eigen beheer. Dit heeft tot gevolg dat de kostenlager uitvallen dan verwacht. Het budget wordt neerwaarts bijgesteld ten gunste van de financiële ruimte.

+ 0,1 mln

Kostenverdeling

Dit betreft een administratieve wijziging. Voor nadere toelichtingwordt verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering in deze Najaarsnota.

 

Doel 3.3 Een schonere bodem en optimaal bodemgebruik in Zuid-Holland

Wat willen we bereiken?

In 2009 is met het Rijk een bodemconvenant gesloten. De centrale doelstelling hiervan is het bodemsaneringsbeleid om te vormen tot bodemontwikkelingsbeleid (waaronder provinciaal beleid voor de ondergrond) en zo te komen tot een optimaal bodemgebruik. Met het convenant is ook een afspraak gemaakt over een schonere bodem ter verbetering van het leefklimaat. In dit kader zullen uiterlijk in 2015 de risicos ten aanzien van nog resterende verontreinigde locaties in Zuid-Holland, waarbij sprake is van spoed, weggenomen zijn dan wel beheerst.

 

effectindicatoren

 

Omschrijving

 

2012

2013

2014

2015

3.3.

Aantal locaties waar risicos zijn verminderd dan wel weggenomen.

Streefwaarde

10

30

40

92

Is

       

Toelichting afwijking

Geen afwijking.

 

Wat mag dat kosten voor het doel?

Exploitatie

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2012

(incl. 1e verzamelwijziging)

Bijstelling VJN

Bijstelling NJN

Bijgestelde Begroting 2012

Lasten

26.961

83

-5.312

21.732

Baten

12.626

-10.606

144

2.164

Resultaat voor bestemming

-14.336

-10.689

5.457

-19.568

Meerjarenplan Bodemsanering

2010-2014

2.652

8.605

-2.808

8.449

Bijdrage uit reserve

2.652

8.605

-2.808

8.449

Meerjarenplan Bodemsanering

2010-2014

1.683

-1.683

2.556

2.556

Storting in reserve

1.683

-1.683

2.556

2.556

Resultaat na bestemming

-13.367

-400

92

-13.675

 

Toelichting bijstelling

Financiële mutaties

Toelichting / onderbouwing op mutatie

Lasten

 

- 5,06 mln

Aanpak verontreinigde locaties.

Het budget voor de aanpak van verontreinigde locaties wordt neerwaarts bijgesteld. De middelen blijven beschikbaar voor dit doel in de programmareserve. De bijstelling is het gevolg van:

  • Gasfabrieken: Het betreft subsidie voor de herontwikkeling van ernstig verontreinigde voormalige gasfabriekterreinen. Deze zijnvaak binnenstedelijk gelegen. Over het algemeen is dan sprake van bodemsanering gevolgd door nieuwbouw van woningen. In economisch zwakke tijden is het ondanks de subsidiemogelijkheid risicovol om dergelijke plannen te ontwikkelen en uit te voeren. Daarom is de prognose neerwaarts bijgesteld.
  • Claim waterkwaliteitsbeheerders: Voor de sanering van onderwaterbodems wordt door de waterkwaliteitsbeheerders een plan van aanpak opgesteld. Dit is pas gereed in 2013.
  • Stichting Bodembeheer Krimpenerwaard: Vanwege bezuinigingen is er minder geld beschikbaar voor natuurontwikkeling. Hierdoor stagneren ook de activiteiten in de Krimpenerwaard. De hiervoor beschikbaar gestelde bodemgelden worden niet besteed. De activiteiten schuiven door naar de komende jaren tot 2015.
  • Een afrekening met DCMR over 2011. Deze is pas in ontvangen in mei 2012. Hieruit bleek dat er minder kosten in 2012 hoeven worden betaald.

- 0,31 mln

Kaderstellen en de provincie vertegenwoordigen ten behoeve van optimaal bodemgebruik.

Besluitvorming over de Bodemstrategie vindt plaats in november 2012 (GS) en in januari 2013 (PS), waardoor de vervolgactiviteiten met betrekking tot de beleids- en onderzoeksagenda later worden uitgevoerd dan was voorzien. De onttrekking uit de programmareserve wordt neerwaarts bijgesteld, waarmee de middelen beschikbaar blijven voor dit doel.

+ 0,06 mln

Kostenverdeling

Dit betreft een administratieve wijziging. Voor nadere toelichtingwordt verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering in deze Najaarsnota.

+ 0,04 mln

Hollandse IJssel

Voor de realisatie van het project is een extra bijdrage uit de hiervoor gereserveerde middelen noodzakelijk.

- 0,03 mln

Nazorg gesloten stortlocaties in het kader van de Wet milieubeheer

Inventarisatie van Navoslocaties waar nog monitoring moet plaatsvinden is afgerond. De kosten hiervoor vielen lager uit dan begroot. Aangezien bij andere locaties de komende jaren nog monitoring moet plaatsvinden, blijven de middelen beschikbaar in de programmareserve.

- 0,02 mln

In de junicirculaire Provinciefonds is aangekondigd dat de decentralisatie-uitkering bodemsanering in 2012 wordt verlaagd met een bedrag van € 0,02 mln. De korting is het gevolg van de toepassing van een nieuwe verdeelsleutel door het Rijk.

Baten

 

+ 0,24 mln

Onttrekking uit de OVP Hollandse IJssel Artery

Het project Hollandse IJssel Artery is afgerond. Dit jaar vindt de afrekening met Rijkswaterstaat (RWS) plaats. In 2010 zijn de kosten ten laste gekomen van de provincie Zuid-Holland terwijl deze voor Rijkswaterstaat hadden moeten komen. Dit geld valt nu vrij en gaat naar de financiële ruimte. Totaal komt € 0,24 mln uit de Overlopende passiva. De verdeling is hiervan als volgt:

  • + € 0,1 mln is voor verrekening beschikbaar met Rijkswaterstaat;
  • - € 0,14 mln valt vrij en gaat naar de financiële ruimte.

Bijdrage uit reserve

 

+ 0,04 mln

De lasten van dit doel worden (deels) gedekt uit zogenaamde programmareserves. Hierin zijn middelen gereserveerd voor de realisatie van dit doel. Als gevolg van wijzigingen in de lasten (zie bovenstaande toelichtingen bij de lasten), worden de begrote onttrekkingen uit de programmareserves bijgesteld.

Storting in reserve

 

+ 5,40 mln

De lasten van dit doel worden (deels) verrekend met zogenaamde programmareserves. Hierin zijn middelen gereserveerd voor de realisatie van dit doel. Als gevolg van wijzigingen in de lasten (zie bovenstaande toelichtingen bij de lasten), worden de begrote stortingen in de programmareserves bijgesteld.

 

Doel 3.4 Een sterke regionale economie

Wat willen we bereiken?

Economie is in het regeerakkoord benoemd als een kerntaak van de provincie. De provincie wil de regionale economie versterken door ruimte te scheppen voor economische groei. Hiermee levert de provincie een bijdrage aan de internationale concurrentiepositie van Zuid-Holland en van Nederland. Daarvoor zet de provincie het ruimtelijke instrument en het mobiliteitsbeleid in. Daarnaast wil de provincie samen met partners in de regio en met het Rijk de belemmeringen voor economische groei verminderen. Deze belemmeringen liggen onder meer op terreinen als kennisvalorisatie, totstandkoming en financiering van innovatie en promotie en acquisitie. De provincie heeft in dit proces de rol van regisseur en verbinder. Een sterke regionale economie is een duurzame economie; duurzaamheid is voor de provincie niet alleen een maatschappelijke noodzaak, maar vooral een economische kans voor de Zuid-Hollandse topsectoren.

 

effectindicatoren

 

Omschrijving

 

2012

2013

2014

2015

3.4.a

Procentuele jaarlijkse groei van het inkomen van de prioritaire clusters

Streefwaarde

> landelijk gemiddelde

> landelijk gemiddelde

> landelijk gemiddelde

> landelijk gemiddelde

Is

       

3.4.b

Leegstandspercentage kantoren Zuid-Holland t.o.v. Nederland

Streefwaarde

≤ landelijk gemiddelde

≤ landelijk gemiddelde

≤ landelijk gemiddelde

≤ landelijk gemiddelde

Is

       

Toelichting afwijking

Geen afwijking.

 

Wat mag dat kosten voor het doel?

Exploitatie

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2012

(incl. 1e verzamelwijziging)

Bijstelling VJN

Bijstelling NJN

Bijgestelde Begroting 2012

Lasten

37.738

18.725

5.029

61.491

Baten

364

627

22.803

23.794

Resultaat voor bestemming

-37.374

-18.098

17.775

-37.698

Bedrijventerreinen

6.189

0

0

6.189

Deel vrije ruimte Zuidvleugelfonds programma 3

254

0

0

254

EFRO middelen

481

-231

0

250

Pieken in de Delta

1.370

-1.107

0

263

Alternatieve locatie Hoeksche Waard

0

9.000

0

9.000

2011 DP Pieken in de Delta

0

1.371

0

1.371

2011 DP Schaalsprongprogramma's

0

500

0

500

2011 DP Coolport

0

1.400

0

1.400

Bijdrage uit reserve

8.294

10.933

0

19.226

Bedrijventerreinen

0

0

1.799

1.799

Pieken in de Delta

254

0

0

254

Coolport middelen

0

0

2.913

2.913

Overcommittering OP-West

0

6.000

0

6.000

Economische agenda Zuidvleugel

0

0

5.146

5.146

Storting in reserve

254

6.000

9.858

16.112

Resultaat na bestemming

-29.335

-13.165

7.917

-34.583

 

Toelichting bijstelling

Financiële mutaties

Toelichting / onderbouwing op mutatie

Lasten

 

+ 12,75 mln

Het Rijk heeft uit het budget van de Nota Ruimte financieel bijgedragen om de realisatie van het Bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard mogelijk te maken. Deze decentralisatie-uitkering wordt via het Provinciefonds uitgekeerd. In de junicirculaire 2012 is bekend gemaakt dat deze uitkering, vergeleken met de decembercirculaire 2011, met € 6,75 mln zal worden verhoogd naar € 12,75 mln en dat dit bedrag in zijn geheel dit jaar zal worden uitgekeerd. De lasten worden met hetzelfde bedrag verhoogd.

- 5,15 mln

GShebben debeleidsvisie en uitvoeringsprogramma Regionale Economie en Energie vastgesteld.In deze visiezijn de afspraken opgenomen die de provincie met deZuidvleugel partners heeft gemaakt. Deze bestuurlijke afspraken betreffen de investeringen voor 2012 en 2013voor de (meerjarige)projecten uit het uitvoeringsprogramma Economische Agenda Zuidvleugel. De provinciale co-financiering voor deze EFRO projecten bedraagtvoor deze jaren€ 17,0 mln. De projectaanvragen worden eind 2012 verwacht en daarmee krijgen de middelen 2012 in 2013 hun bestemming.

Voorgesteld wordt om vanuit de betreffende reguliere budgetten van dit programma

€ 5,15 mln te storten in de binnen programma 3 nieuw te vormen deelreserve Regionale Economische Agenda Zuidvleugel. Deze reserve maakt het mogelijk de investeringen voor de 22 urgente projecten uit het Uitvoeringsprogramma Zuidvleugel aan te laten sluiten bij de verschillende fases die de projecten 2012 en 2013 kennen (egalisatiefunctie). Het genoemde bedrag wordt gedekt vanuit reguliere budgetten van programma 3.

- 2,91 mln

In 2011 en 2012 is via het Provinciefonds een decentralisatie-uitkering Sterke Regio's voor het project Coolport ontvangen van respectievelijk € 1,4 mln en € 1,51 mln. De uitgaven voor dit project vinden plaats na 2012. Voorgesteld wordt om deze middelen te storten in de deelreserve Coolport middelen.

+ 2,35 mln

Ter dekking van lopende subsidieverplichtingen in het kader van de subsidieregeling cofinanciering Operationeel Programma Landsdeel West wordt voorgesteld om zowel het baten- als het lastenbudget met € 2,35 mln te verhogen. De baten betreffen bijdragen van de EU (€ 2,0 mln) en een onttrekking aan het OVP Clusterregeling PZH (€ 0,35 mln).

- 1,8 mln

De via het Provinciefonds gedecentraliseerde FES-middelen voor bedrijventerreinen worden dit jaar niet aangesproken, omdat de totstandkoming van de subsidieregeling en het indienen van de specifieke projecten meer tijd vergen dan gepland. Voorgesteld wordt om het lastenbudget met € 1,8 mln te verlagen en deze middelen te storten in de deelreserve Bedrijventerreinen van programma 3, zodat ze in de komende jaren ingezet kunnen worden voor de specifieke projecten.

- 0,29 mln

De decentralisatie-uitkeringen 2012-2016 Sterke Regio's voor het project Coolport zijn in de junicirculaire Provinciefonds 2012 verlaagd met het bedrag van de mogelijk compensabele btw die door de provincie kan worden teruggevorderd bij het BTW-compensatiefonds. De uitkering 2012 wordt met € 0,29 mln neerwaarts bijgesteld naar € 1,51 mln (zie ook toelichting programma 6 Middelen). De lasten worden met hetzelfde bedrag verlaagd.

- 0,15 mln

De middelen die beschikbaar zijn voor de prijscompensatie worden niet ingezet en vallen vrij naar de financiële ruimte.

+ 0,13 mln

Kostenverdeling

Dit betreft een administratieve wijziging. Voor nadere toelichtingwordt verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering in deze Najaarsnota.

+ 0,09 mln

Wegens detachering van provinciaal personeel bij andere overheidsorganisaties wordt een opbrengst van € 0,09 mln geraamd. De baten en lasten worden met dit bedrag verhoogd.

Baten

 

+ 17,75 mln

Het Rijk heeft uit het budget van de Nota Ruimte financieel bijgedragen om de realisatie van het Bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard mogelijk te maken. Deze decentralisatie-uitkering wordt via het Provinciefonds uitgekeerd. In de junicirculaire 2012 is bekend gemaakt dat deze uitkering, vergeleken met de decembercirculaire 2011, met € 6,75 mln zal worden verhoogd naar € 12,75 mln en dat dit bedrag in zijn geheel dit jaar zal worden uitgekeerd. De lasten worden met hetzelfde bedrag verhoogd.

In de Voorjaarsnota 2012 is € 5,0 mln onttrokken uit het OVP Nieuw-Reijerwaard en ten onrechte ten gunste van het Provinciefonds gebracht. Die mutatie wordt nu teruggedraaid, zodat het budget voor Nieuw Reijerwaard gedekt wordt uit het OVP in plaats van uit het Provinciefonds.

- 2,58 mln

Conform eerdere besluitvorming wordt de in 2011 ontvangen decentralisatie-uitkering voor herstructurering bedrijventerreinen Topper-middelen (€ 2,58 mln) overgeheveld van doel 6.1 (Financieel gezonde huishouding).

+ 2,35 mln

Ter dekking van lopende subsidieverplichtingen in het kader van de subsidieregeling cofinanciering Operationeel Programma Landsdeel West wordt voorgesteld om zowel het baten- als het lastenbudget met € 2,35 mln te verhogen. De baten betreffen bijdragen van de EU (€ 2,0 mln) en een onttrekking aan het OVP Clusterregeling PZH (€ 0,35 mln).

+ 0,09 mln

Wegens detachering van provinciaal personeel bij andere overheidsorganisaties wordt een opbrengst van € 0,09 mln geraamd. De baten en lasten worden met dit bedrag verhoogd.

+ 0,03 mln

Het koopstromenonderzoek is met succes afgerond. Vanwege het meer dan verwachte aantal deelnemers is het totaal van de geleverde financiële bijdragen hoger uitgevallen dan geraamd, waardoor het project met een positief saldo kon worden afgesloten. Het overschot is naar rato teruggegeven aan de deelnemers. Voor de provincie gaat het om € 0,03 mln. Voorgesteld wordt dit bedrag toe te voegen aan de financiële ruimte (zie toelichting programma 6, Middelen).

Storting in reserve

 

+ 9,86 mln

De lasten van dit doel worden (deels) verrekend met zogenaamde programmareserves. Hierin zijn middelen gereserveerd voor de realisatie van dit doel. Als gevolg van wijzigingen in de lasten (zie bovenstaande toelichtingen bij de lasten), worden de begrote stortingen in de programmareserves als volgt bijgesteld:

  • € 2,91 mln storting in de deelreserve Coolport middelen;
  • € 5,15 mln storting in de deelreserve Regionale Economische Agenda Zuidvleugel;
  • € 1,80 mln storting in de deelreserve Bedrijventerreinen.

 

Doel 3.5 Een duurzame energievoorziening in Zuid-Holland

Wat willen we bereiken?

Op Europees en nationaal niveau zijn doelstellingen afgesproken voor een CO2-reductie van 20% in 2020 ten opzichte van het niveau van 1990 en dat 14% van de primaire energieconsumptie in 2020 afkomstig moet zijn uit hernieuwbare bronnen. Aan deze doelen dragen alle overheidslagen bij. De provincie draagt vooral bij door de ruimtelijke voorwaarden voor de productie van duurzame energie te scheppen en de economische bedrijvigheid op dat gebied te versterken.

 

effectindicatoren

 

Omschrijving

 

2012

2013

2014

2015

3.5.

Jaarlijks gerealiseerd percentage duurzame energie waaronder:

Streefwaarde

6%

7%

8%

9%

Is

       

· jaarlijkse toename van het aantal toegevoegde megawatt gerealiseerde windenergie

Streefwaarde

25

25

25

25

Is

       

· jaarlijkse toename van het aantal toegevoegde megawatt gerealiseerd vermogen uit warmteprojecten

Streefwaarde

25

25

50

100

Is

       

Toelichting afwijking

Geen afwijking.

 

Wat mag dat kosten voor het doel?

Exploitatie

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2012

(incl. 1e verzamelwijziging)

Bijstelling VJN

Bijstelling NJN

Bijgestelde Begroting 2012

Lasten

2.165

1.886

25

4.076

Baten

0

54

0

54

Resultaat voor bestemming

-2.165

-1.832

-25

-4.022

Stimulering duurzame energie

0

2.333

0

2.333

Mitigatie/Energie

0

2.913

0

2.913

Bijdrage uit reserve

0

5.246

0

5.246

Mitigatie/Energie

0

3.333

0

3.333

Storting in reserve

0

3.333

0

3.333

Resultaat na bestemming

-2.165

82

-25

-2.109

 

Toelichting bijstelling

Financiële mutaties

Toelichting / onderbouwing op mutatie

Lasten

 

+ 0,03 mln

Kostenverdeling

Dit betreft een administratieve wijziging. Voor nadere toelichtingwordt verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering in deze Najaarsnota.

 

Onderdeel rapportage over afwijkingen op investeringen

Investering

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2012 (incl. 1e wijz)

Bijstelling Voorjaarsnota

Bijstelling Najaarsnota

Bijgestelde Begroting 2012

Uitgaven

1.600

0

0

1.600

Saldo Investeringen

-1.600

0

0

-1.600

Toelichting bijstelling per investering

Geen bijstelling.