Programma 3 Ruimte, Wonen en Economie

Inleiding

Ruimte

Gelet op de effectiviteit en de beperkte middelen neemt sturing via het ruimtelijke instrumentarium in belang toe. Het realiseren van de doelen op het gebied van wonen, groen, economie, cultureel erfgoed en energie vindt primair via het ruimtelijk instrumentarium plaats. Het belangrijkste kader is de provinciale structuur­visie. Het opstellen en uitvoeren van de provinciale structuurvisie is een wettelijke taak. In de Provinciale Structuurvisie worden de provinciale belangen beschreven vanuit de sturingsfilosofie: provinciaal wat moet, lokaal wat kan. Daarmee stelt de Provinciale Structuurvisie kaders waarbinnen gemeenten beleidsvrijheid hebben. De provinciale Verordening Ruimte is gebaseerd op de Provinciale Structuurvisie en bindt gemeen­telijke bestemmingsplannen rechtstreeks. Hierin is geen beleidsvrijheid voor de gemeenten. De provinciale rol ligt bij de dialoog aan de voorkant van het proces en minder bij het toetsen van gemeentelijke plannen achteraf. De wet verplicht de provincie om in een uitvoeringsprogramma aan te geven hoe de gewenste doelen tot stand moeten komen.

Het Rijk heeft een aantal beleidsvoornemens die impact kunnen hebben op het provinciale ruimtelijke beleid. Deze beleidsvoornemens en de aangekondigde bezuinigingen hebben een inhoudelijk effect op de prioriteiten van de Provinciale Structuurvisie. Gedurende deze collegeperiode zullen de consequenties duidelijk worden.

 

Wonen

Voor een goed woon- en leefklimaat is diversiteit in woonmilieus belangrijk. Bij het maken van verstedelijkingsafspraken met regio's richt de provincie zich op een goede balans tussen vraag en aanbod van woonmilieus. De samenhang en samenwerking tussen overheden (onder andere Rijk, regios, IPO en VNG) en marktpartijen worden steeds van groter belang. Voor de bovenregionale afstemming van de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwprogrammering maakt de provincie ieder jaar een monitor Wonen en eens in de vijf jaar een woningbehoefteraming. Daarnaast worden afspraken gemaakt met partners.

Om zoveel mogelijk ruimte te geven aan een regionale en lokale invulling van het woningbouwprogramma zorgt de provincie voor strategische visievorming (de Woonvisie tot 2020, de Zuidvleugelstrategie en de strategieën wonen Groene Hart en Delta en een langetermijnvisie na 2020).

Daarnaast houdt de provincie toezicht op de uitvoering van de Huisvestingswet. Dit betekent toezicht houden op de lokale en regionale huisvestingsregelgeving en op de huisvesting van statushouders (verblijfsgerechtigden). Er ligt een uitdaging in de kwaliteit van de bestaande voorraad en leefomgeving en het bevorderen van stedelijke vernieuwing door gemeenten.

 

Economie

In het regeerakkoord is economie benoemd als een kerntaak van de provincie. Om een aantrekkelijk vestigingsklimaat te behouden werkt de provincie aan regionaal economisch beleid. Met het ruimtelijk instrumentarium en het mobiliteitsbeleid schept de provincie de randvoorwaarden voor het vestigings- en leefklimaat. Een sterke regionale economie is een duurzame economie; duurzaamheid is voor de provincie niet alleen een maatschappelijke noodzaak, maar vooral een economische kans voor de Zuid-Hollandse door het kabinet aangewezen topsectoren. In lijn hiermee zetten wij in op de versterking van de regionale economische clusters. Het gaat om de mainport Rotterdam, Den Haag - Internationale stad van Vrede en Recht, Water/deltatechnologie, (maritieme) logistiek, Greenports, Medical Delta en biochemie. Hiervoor vormen wij stevige coalities met bedrijven, kennisinstellingen en overheden om de kracht van het cluster en het innovatiepotentieel te benutten en waar mogelijk ook extra (Europese) financiële middelen te verwerven. Wat betreft werklocaties leggen we de komende jaren extra nadruk op het effectief realiseren van al in gang gezette herstructureringsprojecten voor bedrijventerreinen. En we zetten met VNO-NCW en andere partijen in op grotere private betrokkenheid bij nieuw te starten herstructureringsprojecten. De toepassing van de SER-ladder bij realisatie van eerder geplande nieuwe bedrijventerreinen zetten wij voort. Via de ruimtelijke instrumenten voorkomen wij dat er nog meer kantoren bij komen als daarvoor geen aantoonbare noodzaak is en zorgen wij ervoor dat zij terecht komen op de juiste plaats (bij hoogwaardige openbaar vervoerstations/haltes). Ook bezien wij of via hergebruik of herbestemming leegstand bestreden kan worden.

 

Middeleninzet programma 3

Exploitatie

(bedragen x € 1.000)

Begroot 2012

Raming 2013

Raming 2014

Raming 2015

Lasten

96.685

85.831

78.535

56.651

Baten

12.998

7.543

1.302

899

Resultaat voor bestemming

-83.687

-78.288

-77.232

-55.752

Onttrekking reserves

10.971

4.581

5.480

0

Storting reserves

1.937

2.259

3.367

0

Resultaat na bestemming

-74.654

-75.966

-75.119

-55.752

 

Incidentele lasten en baten

(bedragen x € 1.000)

Begroot 2012

Raming 2013

Raming 2014

Raming 2015

Incidentele lasten

40.499

28.717

21.139

0

Incidentele baten

12.100

6.644

404

0

Resultaat voor bestemming

-28.399

-22.073

-20.736

0

Onttrekking reserves

10.971

4.581

5.480

0

Storting reserves

1.937

2.259

3.367

0

Resultaat na bestemming

-19.366

-19.750

-18.623

0