Paragraaf Lokale heffingen

In deze paragraaf zijn de lokale heffingen opgenomen, die op grond van belastingverordeningen door de provincie worden geheven. Bij drie heffingen dient de opbrengst als algemeen dekkingsmiddel: opcenten Motorrijtuigenbelasting, precario en leges (met uitzondering van de Wabo-leges). De opbrengsten uit de overige heffingen (nazorg, grondwaterbeheer, Wabo-leges) dienen ter dekking van taken, die direct aan het opleggen van de heffing gerelateerd zijn. De provincie heeft geen kwijtscheldingsbeleid.

De paragraaf is als volgt opgebouwd:

  • meerjarenraming van de opbrengsten per lokale heffing;
  • korte toelichting op de verordeningen;
  • toelichting van de lokale lastendruk.


Meerjarenraming

Onderstaande tabel bevat de meerjarenraming van de opbrengsten uit lokale heffingen.

Opbrengsten

(bedragen x € 1.000)

Jaar­rekening 2010

Begroting 2011 na VJN

Begroting 2012

Meerjaren­raming 2013

Meerjaren­raming 2014

Meerjaren­raming 2015

Grondwaterbeheer

1.370

1.370

1.370

1.370

1.370

1.370

opcenten MRB

318.969

322.400

320.000

320.000

328.000

328.000

Precario en leges

979

845

864

864

864

864

Uitvoering Wabo

226

3.320

2.560

2.880

3.200

3.200

Totaal

321.543

327.935

324.794

325.114

333.434

333.434


Verordening Nazorgheffing gesloten stortplaatsen

Sinds 1 april 1998 zijn de provincies op grond van de Wet Milieubeheer verantwoordelijk voor de eeuwigdurende nazorg van provinciale stortplaatsen, waarop na 1 september 1996 nog afvalstoffen zijn of worden gestort. Aan stortplaatsexploitanten wordt een heffing opgelegd om de kosten voor nazorg na sluiting van de stortplaats te dekken. De hoogte van de heffingen wordt afgeleid van het doelvermogen dat bij sluiting van een stortplaats in het fonds dient te zijn opgebouwd. Dit doelvermogen wordt gebaseerd op het nazorgplan dat door Gedeputeerde Staten wordt vastgesteld. De opbrengst van de heffingen wordt gestort in het Fonds Nazorg. Het Fonds is een zelfstandig rechtspersoon. Provinciale Staten stellen jaarlijks het tarief van de heffing vast. In het begrotingsjaar 2012 worden vijf heffingen opgelegd.


Heffingsverordening Grondwaterbeheer Zuid-Holland

Op grond van de Waterwet en de Heffingsverordening Grondwaterbeheer Zuid-Holland heft de provincie een belasting per kubieke meter onttrokken grondwater. Het tarief van de heffing is zodanig vastgesteld dat de opbrengst de gemaakte kosten niet te boven gaat. Het tarief bedraagt € 0,0113 per kubieke meter onttrokken hoeveelheid water.


Verordening precariobelasting Zuid-Holland en de Legesverordening

De provincie heft precariobelasting wanneer derden gebruikmaken van voor een openbare dienst bestemde provinciale bezittingen, werken of inrichtingen en voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde provinciale grond. Onder de naam leges worden rechten geheven voor door de provincie aan derden verleende diensten. In de verordening precariobelasting en de legesverordening zijn de belastbare feiten en tarieven opgenomen. Met de inwerkingtreding van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) per 1 oktober 2010 heft de provincie ook leges voor het in behandeling nemen van aanvragen voor een omgevingsvergunning. De provincie was al bevoegd gezag voor het milieudeel (IPPC/BRZO), maar met de inwerkingtreding van de Wabo is de provincie ook het bevoegd gezag voor de zogeheten BRIKS-taken.[9] Voorheen waren deze taken de bevoegdheid van gemeenten. Voor de uitvoering hiervan heeft de provincie niet zelf de expertise in huis gehaald. De provincie geeft gemeenten de opdracht om te adviseren over de BRIKS-onderdelen van een vergunning. De provincie int hiervoor leges, die in belangrijke mate de kosten moeten dekken. De in 2009 door Provinciale Staten vastgestelde Wabo legesverordening zal eind 2011 worden herzien.


Verordening op de heffing van de opcenten op de hoofdsom van de Motorrijtuigenbelasting

Op grond van de Provinciewet en de Verordening opcenten heft de provincie opcenten op de hoofdsom van de Motorrijtuigenbelasting. Provinciale Staten stellen jaarlijks het opcententarief vast. Het tarief voor 2012 blijft ten opzichte van 2011 ongewijzigd op 95,0 opcenten. Hiermee wordt invulling gegeven aan de afspraak uit het Hoofdlijnenakkoord, dat het opcententarief alleen wordt verhoogd (met maximaal 50% van de inflatie) als het meerjarig financieel perspectief daar aanleiding toe geeft. Het opcententarief is gebonden aan een wettelijk maximum. Rijk en provincies zijn in het Bestuursakkoord een maximumtarief van 105,0 opcenten overeengekomen. Eerder was dat 123,0 opcenten. Het wettelijk maximum wordt door het Rijk jaarlijks geïndexeerd met de zogeheten tabelcorrectiefactor.


Lokale lastendruk

De lokale lastendruk wordt voor veruit het grootste deel bepaald door de opcentenheffing. In onderstaande tabel staat de lokale lastendruk (als gemiddelde belastingsom per auto) weergegeven.

Tabel gemiddelde lastendruk per auto door heffing opcenten

Jaar

2009

2010

2011

2012

Gemiddelde lastendruk per auto

door opcentenheffing (in €)

221

223

224

225

IPPC staat voor ‘Integrated Pollution Prevention and Control’; BRZO staat voor ‘Besluit Risico Zware Ongevallen. BRIKS staat voor ‘Bouw, Reclame, Inrit, Kap en Sloop’.