Budgettair kader

Meerjarenperspectief

In dit hoofdstuk wordt het begrotingssaldo 2012 met de meerjarenraming gepresenteerd. De basis voor de Begroting 2012 en het meerjarenperspectief is het financieel perspectief tot en met de Voorjaarsnota 2011. De voorstellen zijn zoals gebruikelijk onderverdeeld in beleidskeuzes, exogene en technische wijzigingen. Binnen de beleidskeuzes is onderscheid gemaakt tussen heroverwegingen en intensiveringen uit het Hoofdlijnenakkoord en overige beleidskeuzes.


Financiële ruimte

Bedragen x € 1 mln

2012

2013

2014

2015

 

Begrotingspositie na Voorjaarsnota 2011

4,36

28,09

14,94

14,20

 

Beleidskeuze

       
 

Heroverwegingen Hoofdlijnenakkoord

       

1

Organisatie en inhuur

3,00

6,00

11,00

20,00

2

Subsidies

0,00

5,00

8,00

12,50

3

Vermindering GS-leden[1]

0,18

0,18

0,18

0,18

 

Intensiveringen Hoofdlijnenakkoord

       

4

Recreatie om de Stad (RodS)

0,00

-20,00

-30,00

-30,00

5

Beheer en onderhoud wegen en vaarwegen

-3,00

-3,00

-6,00

-12,00

6

Fietspaden

0,00

-1,00

-2,00

-3,00

7

Economie, innovatie en Greenports

-5,00

-5,00

-5,00

-5,00

8

Opruimen verspreid glas

-2,00

-2,00

-2,00

-2,00

 

Overige

       

9

Decentralisatie BDU

0,00

-7,00

0,00

0,00

10

Loonkosten

-4,00

0,00

0,00

0,00

11

Regionale Historische Centra

-0,40

-0,40

-0,40

-0,40

12

NOx

-0,55

0,00

0,00

0,00

13

Onttrekking algemene reserve

0,57

0,00

0,00

0,00

 

Subtotaal Beleidskeuze

-11,20

-27,22

-26,22

-19,72

 

Exogeen

       

14

opcenten Motorrijtuigenbelasting

-5,00

-6,70

0,90

0,90

15

Provinciefonds

17,48

15,46

15,46

15,53

 

Subtotaal Exogeen

12,48

8,76

16,36

16,43

 

Technisch

       

16

Kapitaallasten

-0,01

3,90

14,75

0,06

17

Rentetoevoeging overlopende passiva

0,14

0,08

0,01

1,74

18

Kortlopende rente

1,06

1,00

1,08

0,00

19

Nominale reservering

-5,29

-5,29

-5,29

-5,29

20

Vermindering opbrengsten steunpunten

0,00

0,00

0,00

0,00

21

Kosten Statenfracties en -commissies

-0,07

-0,07

-0,07

-0,07

22

Wettelijke taak Wabo

-1,47

-1,61

-1,75

-1,75

23

Indexatie MPI

0,00

0,00

0,70

0,70

 

Subtotaal Technisch

-5,64

-1,99

9,44

-4,60

 

Eindsaldo

0,00

7,64

14,50

6,30

(Positieve mutaties zijn voordelig voor het begrotingssaldo, negatieve mutaties zijn nadelig.)


Heroverwegingen Hoofdlijnenakkoord

1. Organisatie en inhuur

Door de focus op kerntaken van de provincie wordt conform de afspraken in het Hoofdlijnenakkoord voorgesteld om de organisatiekosten, inclusief externe inhuur, structureel te verminderen met een bedrag van € 3,0 mln in 2012 tot een bedrag van € 20,0 mln (structureel) in 2015. De toewijzing van deze taakstelling naar directies en doelen is nader uitgewerkt in de Bedrijfsvoeringsparagraaf.


2. Subsidies

Conform het Hoofdlijnenakkoord wordt voorgesteld terughoudend te zijn met het inzetten van het subsidie-instrument en gedurende deze collegeperiode € 12,5 mln te bezuinigen op subsidies. In het budgettair kader is rekening gehouden met de taakstellingen op subsidies zoals deze in het Hoofdlijnenakkoord zijn afgesproken.


3. Vermindering GS-leden

Met het aantreden van het nieuwe college is het aantal GS-leden teruggegaan van zeven naar vijf. In de voorgaande collegeperiode is incidenteel, tot en met 2011, € 0,3 mln voor twee GS-leden in de Begroting opgenomen, waarmee deze taakstelling vanaf 2012 al structureel in de Begroting was verwerkt.

 

Intensiveringen Hoofdlijnenakkoord

4. Recreatie om de Stad (RodS)

Gedurende de looptijd van het ILG-programma (2007-2013) worden door het ministerie van EL&I jaarlijks geactualiseerde beschikkingen afgegeven. Naar verwachting zal eind 2011/begin 2012 een nieuwe beschikking worden afgegeven, waarin de doorwerking van de aangekondigde bezuinigingen op het RodS-programma zichtbaar zullen zijn. Deze wijzigingen kunnen bij Kadernota/Voorjaarsnota 2012 verwerkt worden.

In het Hoofdlijnenakkoord is € 100 mln beschikbaar gesteld voor het realiseren van recreatieve groenprojecten RodS. Bij Najaarsnota 2011 is ten laste van de financiële ruimte een bedrag van € 20 mln toegevoegd aan de programmareserve, waardoor deze middelen beschikbaar blijven voor dit doel. Voorgesteld wordt om de in 2011 gereserveerde middelen aan te wenden voor uitgaven in 2012 en vanaf 2013 tot en met 2015 jaarlijks een bedrag in de Begroting op te nemen ten laste van de financiële ruimte.


5. Beheer en Onderhoud Wegen en Vaarwegen

Het planmatige beheer en onderhoud aan de provinciale wegen en vaarwegen wordt onverminderd voortgezet. In de Nota Budgetbehoefte 2012-2015 zijn de benodigde exploitatie- en investeringsbudgetten voor de komende tijd vastgelegd. Om de benodigde budgetten te berekenen zijn de totale exploitatiekosten (dus exploitatiebudgetten en kapitaallasten) vergeleken met de beschikbare exploitatiekosten op basis van de meerjarenbegroting 2011. De hieruit berekende extra budgetbehoefte bedroeg € 3,0 mln in 2012 en 2013, € 6,0 mln in 2014 en € 12,0 mln in 2015. Conform het Hoofdlijnenakkoord wordt voorgesteld om deze bedragen beschikbaar te stellen om het kwaliteitsniveau van de wegen en vaarwegen te behouden.

Zie ook de toelichting op de kapitaallasten onder de technische wijzigingen.


6. Fietspaden

De provincie blijft investeren in de aanleg van fietspaden. Daarbij ligt het accent op bovenregionale verbindingen zoals snelfietsroutes voor woon-werkverkeer of schoolroutes en verbindingen tussen het stedelijk en landelijk gebied. Deze collegeperiode is het de bedoeling om ongeveer 2% meer fietsgebruik te bereiken. De provincie stimuleert dit onder meer door de aanleg en verbetering van fietspaden. Vanaf 2013 tot en met 2015 wordt hierin € 35 mln extra geïnvesteerd, wat leidt tot een structurele verhoging van de kapitaallasten. Besluitvorming over de toedeling van dit budget is voorzien in de eerste helft van 2012. Zie doel 2.2, een betere bereikbaarheid en verkeersveiligheid, taak 2.2.2.

Zie ook de toelichting op de kapitaallasten bij de technische wijzigingen.


7. Economie, innovatie en Greenports

Economie is een kerntaak van de provincie. Het ruimtelijk beleid is daarbij het primaire instrument. Voor regionale economie, innovatie en Greenports is deze collegeperiode € 20 mln extra uitgetrokken. Voorgesteld wordt om in de periode 2012 tot en met 2015 jaarlijks € 5,0 mln in de Begroting op te nemen. Zie doel 3.4, een sterke regionale economie.


8. Opruimen verspreid glas

Dit betreft doel 1.5, ontwikkeling en behoud van waardevolle en aantrekkelijke agrarische landschappen.

De beleving en waardering voor het landschap wordt vergroot door het opruimen van verrommeling zoals verspreid glas. In het Hoofdlijnenakkoord is voor het opruimen van verspreid glas € 8,0 mln extra beschik­baar gesteld. Voorgesteld wordt om in de periode 2012 tot en met 2015 jaarlijks € 2,0 mln in de Begroting op te nemen. Zie ook taak 3.1.4.

 

Overige beleidskeuzes

9. Decentralisatie BDU

Als gevolg van het regeerakkoord wordt door het Rijk gekort op de landelijke Brede Doeluitkering (BDU). De provincie krijgt 5% van de landelijke uitkering. De korting voor de provincie loopt op van € 9,9 mln tot naar verwachting € 15,5 mln in 2016. De bezuinigingen worden verdeeld over de onderdelen OV, infra­structuur en Duurzaam Veilig.

Omdat de door het Rijk opgelegde bezuinigingen niet direct in hun geheel kunnen worden doorgevoerd in onder andere de lopende OV-concessies, wordt de reserve BDU de komende jaren volledig ingezet om de bezuinigingen te temporiseren. De storting van € 7,0 mln in de reserve is noodzakelijk om dit te realiseren.


10. Loonkosten

De provincie heeft op het totale loonkostenbudget een structureel tekort als gevolg van een technisch verschil tussen de werking van het personeelsinformatie- en het begrotingssysteem.

In het kader van diverse reorganisaties zoals OvT en PNS resteren medio 2011 nog 58 herplaatsings- en mobiliteitskandidaten, voor wie uit- of herplaatsing nog niet mogelijk is gebleken. Dit is het gevolg van enerzijds de gekrompen vraag naar arbeid als gevolg van de economische situatie en anderzijds doordat de functies die de desbetreffende medewerkers bekleden te specifiek zijn om eenvoudig tot herplaatsing te kunnen komen. Hierdoor duurt het herplaatsingsproces langer dan gepland, wat hogere apparaatslasten tot gevolg heeft.

In de Najaarsnota 2011 is voorgesteld om genoemde tekorten van respectievelijk € 3,8 mln en € 4,2 mln voor 2011 incidenteel te dekken. Na verdere analyse van de loonkostenbudgetten worden bij Kadernota/Voorjaarsnota 2012 voorstellen gedaan voor structurele oplossingen. Het probleem is daarmee bij aanvang van het begrotingsjaar 2012 nog niet opgelost. Daarom wordt voorgesteld om in deze Begroting uit voorzichtigheidsoverwegingen een bedrag van € 4,0 mln (50% van het gekwantificeerde risico) ten laste van de financiële ruimte te brengen.


11. Regionale Historische Centra

Conform het regeerakkoord en nader uitgewerkt in het bestuursakkoord zijn provincies verantwoordelijk voor beheer en toegankelijkheid van de eigen overgedragen archieven. Hiertoe gaan provincies per 1 januari 2012 meebetalen aan de bekostiging van de Regionale Historische Centra.

Zuid-Holland heeft het provinciale archief ondergebracht bij het Nationale Archief. Momenteel vindt besluitvorming plaats over de bijdrage per provincie. Als uitwerking van bovenstaande afspraken wordt uitgegaan van een bijdrage van Zuid-Holland van € 0,4 mln aan het Nationale Archief.


12. NOx

Dit betreft middelen voor juridische ondersteuning en vergunningverlening in het kader van de Natuur­beschermingswet en ontheffingaanvragen Flora- en Faunawet. Extra juridische ondersteuning is nodig voor de lopende en te starten complexe procedures, zoals de kolencentrales op de Eerste Maasvlakte, con­tainerterminals op de Tweede Maasvlakte en enkele andere complexe procedures in het Havengebied. De vergunningverlening op grond van de Natuurbeschermingswet staat in verband met de NOx-problematiek onder zware druk. Verder kent de uitvoering van de groene wetten al sinds 2009 een capaciteitsprobleem. Dit wordt veroorzaakt door de vele aanvragen en de vele te beantwoorden statenvragen. De verwachting is dat in 2012 de werkvoorraad en de complexiteit verder zullen toenemen.


13. Onttrekking algemene reserve

Als gevolg van een aantal voorstellen in het Budgettair kader zou de Begroting 2012 zonder nadere maatregelen uitkomen op een tekort van € 1,12 mln. Om dit op te vangen wordt voorgesteld een even groot bedrag aan de algemene reserve te onttrekken.

 

Exogene wijzigingen

14. opcenten Motorrijtuigenbelasting

Uitgangspunt voor de berekening van de inkomsten uit de opcentenheffing Motorrijtuigenbelasting is de informatie van de Rijksbelastingdienst over het in Zuid-Holland geregistreerde wagenpark per 5 juli 2011. Op basis van de ontwikkelingen in het wagenpark van Zuid-Holland zijn de inkomsten uit de opcenten voor de meerjarenraming negatief bijgesteld.

De samenstelling van het wagenpark laat zien dat er sprake is van een sterke toename van het aantal zeer zuinige auto's. Het gemiddelde gewicht blijft vrijwel gelijk. Het totaal aantal auto's stijgt licht.

Bij de berekening van de opbrengst van de opcenten is rekening gehouden met de gemiddelde toename/afname in de afgelopen twee jaar van de belangrijkste variabelen. De toename van het aantal zeer zuinige auto's (CO2-zuinig) wordt merkbaar in de inkomsten. Voor de jaren 2012 en 2013 is daarom rekening gehouden met een daling van de inkomsten. Na 2013 zullen de inkomsten weer toenemen. Per 1 januari 2014 wordt de vrijstelling Motorrijtuigenbelasting voor de zeer zuinige auto's afgeschaft, voor auto's met een uitstoot tot 50 gr/km blijft de vrijstelling nog bestaan tot en met 2015. Aangezien de afschaffing van de vrijstelling onderdeel uitmaakt van een totaalpakket aan maatregelen voor de autobelastingen, is het effect van de afschaffing op de inkomsten nog onzeker. Vanuit het oogpunt van behoedzaamheid is voor 2014 en 2015 rekening gehouden met een stijging van de inkomsten ten opzichte van 2013 met 50% van het bedrag dat eind 2013 gemist wordt door de zeer zuinige auto's.


15. Provinciefonds

Het Rijk heeft eerder aangekondigd met ingang van 2012 € 300 mln structureel te korten op de algemene uitkering van het Provinciefonds. In de meerjarenbegroting werd uitgegaan van een Zuid-Hollandse bijdrage aan deze korting van € 42 mln. In het voorjaar heeft het Rijk duidelijkheid gegeven over de financiële consequenties van de korting voor de individuele provincies. Op basis hiervan is gebleken dat de korting op de algemene uitkering minder hoog uitvalt dan eerder werd voorzien. De financiële consequenties hiervan zijn verwerkt in de meerjarenbegroting.

Bij de raming van de inkomsten uit de algemene uitkering van het Provinciefonds wordt een behoedzaam­heidsmarge van 1% gehanteerd. Dit is conform het begrotingsbeleid van de provincie (zie ook doel 6.1 in de Begroting). Het Rijk hanteerde eerder zelf een behoedzaamheidsmarge, maar heeft deze afgeschaft in overleg met VNG en IPO. Het hanteren van een behoedzaamheidsmarge is echter nu weer zeer actueel geworden, doordat de algemene uitkering met ingang van 2012 weer gekoppeld is aan de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. Gezien het economische tij is er het risico dat deze dalen. In het licht van het provinciale begrotingsbeleid wordt daarom een behoedzaamheidsmarge van 1% gehanteerd. Dit percentage sluit aan bij de marge die het Rijk eerder zelf ook hanteerde.

 

Technische wijzigingen

16. Kapitaallasten

De kapitaallasten blijven voor 2012 nagenoeg gelijk. Het jaar 2013 laat een daling zien van € 2,90 mln, ten gunste van de financiële ruimte. Een bedrag van € 9,25 mln wordt in 2014 toegevoegd aan de financiële ruimte. Voor het jaar 2015 wordt een bedrag van € 11,94 mln onttrokken aan de financiële ruimte.

Kapitaallasten (bedragen x € 1 mln)

Onderwerp

2012

2013

2014

2015

Intensiveringen Hoofdlijnenakkoord

       

Beheer en onderhoud wegen en vaarwegen

0,0

0,0

-3,5

-9,0

Fietspaden

0,0

-1,0

-2,0

-3,0

Effecten MPI en andere investeringen

       

Overige kapitaallasten

-0,0

3,9

14,8

0,1

Totaal

-0,0

2,9

9,3

-11,9

Intensiveringen Hoofdlijnenakkoord

De toename van kapitaallasten voor het beheer en onderhoud van wegen en vaarwegen is het gevolg van meer investeringen zoals beschreven in de Nota Budgetbehoefte 2012-2015 die als input heeft gediend bij de coalitieonderhandelingen.

In het Hoofdlijnenakkoord is afgesproken om € 35 mln extra te investeren in fietspaden. Dit resulteert in een toename van de kapitaallasten.

Kapitaallasten activa

De bijstelling van de kapitaallasten bestaat uit kapitaallasten activa en bespaarde rente. Deze bijstelling wordt hieronder nader toegelicht.

In de Begroting 2012 is voor de kapitaallasten een bedrag van € 100,6 mln opgenomen. De kapitaallasten bestaan uit afschrijvingen op de activa en de toegerekende rente op deze activa. De totale kapitaallasten voor 2012 zijn met een bedrag van € 0,98 mln verlaagd. De voornaamste reden voor deze verlaging is de verlaging van de toegerekende rente van 4,53% naar 4,41%, een daling van 0,12%. Deze daling is vooral veroorzaakt door de verwachte lagere marktrente.

De kapitaallasten voor de jaren 2013 en 2014 zijn respectievelijk € 113,09 mln en € 129,31 mln. Er is een daling in de kapitaallasten te zien voor de jaren 2013 en 2014 aangezien er meer investeringen gaan plaatsvinden met een langere afschrijvingstermijn. Hierdoor nemen de kapitaallasten af. De lagere kapitaallasten in 2013 en 2014 komen ten gunste van de financiële ruimte voor een bedrag van respectievelijk € 5,07 mln en € 6,71 mln.

Voor 2015 is er een duidelijke stijging van de kapitaallasten te zien naar € 147,17 mln als gevolg van een stijging in de verwachte investeringen in 2014 met € 90,4 mln. De voornaamste reden voor de stijging in de investeringen is het bijgestelde Meerjarenprogramma Investeringen Provinciale Infrastructuur (MPI) en de intensiveringen uit het Hoofdlijnenakkoord. De hogere kapitaal­lasten voor 2015 ad € 23,27 mln komen ten laste van de financiële ruimte.

Bespaarde rente

De daling van de toegerekende rente leidt in 2012 ook tot een daling van de bespaarde rente. De bespaar­de rente is het verschil tussen de betaalde rente op opgenomen geldleningen en de toegerekende rente aan de activa. Door een daling van de toegerekende rente, als gevolg van een wijziging van het rente­percentage, daalt de bespaarde rente. De bespaarde rente daalt naar € 16,69 mln. De lagere bespaarde rente ad € 0,98 mln wordt ten laste van de financiële ruimte gebracht.

De bespaarde rente is voor de jaren 2013, 2014 en 2015 respectievelijk € 30,25 mln, € 37,27 mln en € 34,78 mln. Doordat enerzijds de waarde van de investeringen de komende jaren drastisch toeneemt en de investeringen ook verder naar de toekomst verschuiven, en anderzijds de langlopende leningen afnemen, is er een grote stijging te zien in de stand van de bespaarde rente. Dit leidt tot een daling van de financiële ruimte met € 2,17 mln voor 2013 en een stijging van € 2,63 mln voor 2014 en een stijging van € 11,33 mln voor 2015.

In de toekomst zal moeten worden bezien of er nieuwe langlopende financiering benodigd is om de geplande investeringen ten uitvoer te kunnen brengen.


17. Rentetoevoeging overlopende passiva

Aan een aantal overlopende passiva wordt jaarlijks rente toegerekend. De toegevoegde rente aan de overlopende passiva is voor 2012 € 1,25 mln. De toegevoegde rente is hiermee met € 0,23 mln gestegen, wat ten nadele van de financiële ruimte komt. De overlopende passiva laten een hogere beginstand zien, waardoor er meer rente wordt toegerekend.

De jaren 2013 en 2014 laten ook een lichte stijging van de toegevoegde rente zien (€ 0,26 mln respectievelijk € 0,30 mln). De stelselwijziging van de Brede Doeluitkering is de voornaamste reden voor het neerwaarts bijstellen van de begrote rente in 2015. Door de overgang naar het baten-/lastenstelsel wordt de rente berekend over een lager saldo. Het voordeel voor 2015 van € 1,46 mln komt ten gunste van de financiële ruimte.


18. Kortlopende rente

In 2012 is sprake van een hoger financieringsoverschot dan aanvankelijk werd gecalculeerd. Hierdoor ontstaan hogere rentebaten. In het begrotingsjaar worden geen korte-termijnleningen aangetrokken. Als gevolg hiervan zijn er in 2012 geen kortlopende rentelasten. Per saldo komt hierdoor een bedrag van € 1,06 mln ten gunste van de financiële ruimte.

In de loop van 2013 is een omslag van het financieringsoverschot naar een financieringstekort begroot. De kortlopende rentelasten en -baten zijn hierop aangepast. De rentebaten nemen per saldo toe ten opzichte van de vorige calculatie. Dit heeft een positief effect op de financiële ruimte van € 1 mln. Naar verwachting zullen vanaf 2014 geen kortlopende geldleningen worden aangetrokken. Hierdoor ontstaat een verschuiving van korte naar lange rentelasten. Dit heeft voor de korte rentelasten een positief effect op de financiële ruimte van € 1,08 mln.


19. Nominale reservering

De nominale reservering is bedoeld om de loon- en prijsontwikkelingen op te kunnen vangen binnen de Begroting 2012. Binnen de meerjarenbegroting is bij het bepalen van de nominale reservering uitgegaan van de verwachte indexering van loonontwikkelingen, materiële budgetten en gesubsidieerde instellingen.

De uitgangspunten van deze indexeringen zijn nader toegelicht in de Financiële Begroting, onderdeel toelichting op de baten en lasten.


20. Vermindering opbrengsten steunpunten

Steunpunten zijn verspreid liggende percelen inclusief opstallen bij infrastructurele werken. Eerder is besloten om de voormalige steunpunten van DBI te verkopen. Voor de jaren 2010 tot en met 2013 was een opbrengst van € 1,0 mln per jaar geraamd. In de afgelopen jaren zijn echter meer steun­punten verkocht dan begroot. De opbrengst is ten gunste van het rekeningresultaat van de betreffende jaren gebracht. Dit heeft als gevolg dat in 2012 en 2013 minder steunpunten resteren voor de verkoop. Voor 2012 wordt thans een netto-opbrengst geraamd van € 0,5 mln. Voor 2013 wordt geen opbrengst meer geraamd. Deze lagere opbrengst leidt voor 2012 tot een lagere storting in de algemene reserve. En voor 2013 blijft hierdoor de storting in de algemene reserve achterwege.


21. Kosten Statenfracties en -commissies

Dit betreft een budget voor webcasting van vergaderingen van Statencommissies (€ 0,03 mln) en een actualisatie van het budget voor vergoedingen van Statenfracties (€ 0,04 mln).


22. Wabo

Dit betreft de wettelijke taken in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze wet is op 1 oktober 2010 in werking getreden, waardoor de provinciale taken zijn uitgebreid. In 2011 is een budget van € 1,8 mln (incidenteel) beschikbaar gesteld. Omdat er geen ervaringscijfers bekend waren, is dit budget gebaseerd op een 'best guess' scenario. Vanaf 2012 is voor de uitvoering van deze wettelijke taken structureel budget nodig voor die onderdelen die niet door legesinkomsten gedekt kunnen worden. Dit betreft middelen voor: toezicht en handhaving indirecte lozingen, ICT, laboratoriumanalyses, handhaving onderdelen BRIKS (Bouwen, reclame, inritten, kappen en slopen) en behandeling bezwaar en beroep van BRIKS-onderdelen en indirecte lozingen. Uitgegaan wordt van een ontwikkelmodel, te starten in 2012 met 80% van het budget van 2011, zijnde € 1,5 mln. Door monitoren van de baten (leges), de advieskosten BRIKS en indirecte lozingen en van de kentallen Wabo, zullen de komende drie jaren benut worden om tot een reële kostprijs te komen. Daarbij zal ook gekeken worden naar efficiency-winsten door bundeling van de taken bij de Regionale Uitvoeringsdiensten.


23. Indexatie Meerjarenprogramma Investeringen Provinciale Infrastructuur (MPI)

Jaarlijks wordt een budget van € 10 mln beschikbaar gesteld voor projecten <€ 1 mln. Deze projecten worden conform het geldende beleid voor investeren, activeren en afschrijven niet geactiveerd. Het betreft exploitatiebudget. Indexatie van exploitatiebudgetten vindt jaarlijks plaats op basis van de CPI-prognose van het Centraal Planbureau.

Het budget van € 10 mln is conform het MPI en de Kadernota 2011 in 2014 als gevolg van indexatie voor prijscompensatie structureel verhoogd met € 0,7 mln, ten laste van de financiële ruimte. Deze verhoging is niet in lijn met de wijze waarop de provincie Zuid-Holland omgaat met indexatie van exploitatiebudgetten. Voorgesteld wordt de structurele verhoging van het budget in 2014 ongedaan te maken en om voor het MPI aan te sluiten bij het normale indexatieregime van de provincie.


Omvang van de reservepositie

In 2010 heeft de Randstedelijke Rekenkamer onderzoek uitgevoerd naar de reserves. Uit het onderzoek kan worden opgemaakt dat Zuid-Holland de reserves onderbouwt conform haar eigen beleids­uitgangs­punten. In juni 2011 hebben Provinciale Staten de Herziene beleidsnota reserves en voorzieningen vastgesteld. Hierin zijn onder meer aangescherpte eisen ten aanzien van de onderbouwing van reserves opgenomen. De beleidsnota schrijft voor dat per onderdeel binnen de programmareserves dient te worden aangegeven wat het doel, functie, maximale looptijd en meerjarig verloop is. De herziene kaders zijn in de Begroting 2012 toegepast.

Ontwikkeling reservepositie

Bedragen x € 1 mln

Saldo ultimo

2012

Saldo ultimo

2013

Saldo ultimo

2014

Saldo ultimo

2015

Algemene reserve

56,23

56,23

56,23

56,23

Programmareserves

197,64

151,12

111,09

106,50

Totaal reserves

253,87

207,35

167,32

162,73

De omvang van de programmareserves laat de komende jaren een daling zien. Dit komt doordat projecten waarvoor middelen zijn gereserveerd, de komende jaren tot uitvoering en afronding komen. De algemene reserve neemt in 2012 met € 0,45 mln toe vanwege de opbrengst uit de verkoop van steunpunten. De programmareserves nemen in de periode 2012-2015 af van € 198 mln per ultimo 2012 naar € 107 mln per ultimo 2015. Deze daling wordt met name veroorzaakt door de mutaties in de programmareserves 1, 2 en 3. De programmareserve van programma 1 daalt van € 79 mln per begin 2012 naar € 41 mln per ultimo 2015. Voor de grotere wijzigingen in deze programmareserve geldt dat onttrokken wordt aan de reserve Groene ambities (ILG-/niet ILG-doelen). Per saldo bedraagt dit tot en met 2015 bijna € 15 mln. Daarnaast wordt in de periode 2012-2015 een bedrag van € 25 mln onttrokken aan de bestemmingsreserve IODS.

De programmareserve van programma 2 daalt van € 98 mln per begin 2012 naar € 31 mln aan het einde van 2015. Deze daling zit in de besteding van de reserve Integrale bereikbaarheid waaraan per saldo in de periode 2012-2015 € 22 mln onttrokken wordt. Tevens wordt in het kader van de realisatie van de RijnGouwelijn € 24 mln onttrokken in de jaren 2013 en 2014. Aan de reserve Impuls openbaar vervoer wordt per saldo ruim € 8 mln onttrokken om daarmee tegemoet te komen aan een noodzakelijke getemporiseerde doorvoering van de kortingen op het openbaar vervoer. De inzet van de programmareserve van programma 3 wordt met name veroorzaakt door de besteding van de middelen die in het kader van de subsidiëring van de ontwikkeling van bedrijventerreinen gealloceerd zijn. Voor een gedetailleerde toelichting op het verloop van de reserves verwijzen wij u naar de Financiële Begroting.


Oorspronkelijk betrof dit € 0,64 mln waarvan bij nader inzien € 0,18 mln gerealiseerd kan worden